Geduld

Geduld

Ik ben opgevoed in een tijd dat ‘geduld een schone deugd’ was. Geduld was gekoppeld aan goed, ongeduld aan kwaad. Dit hangt nauw samen met de christelijke visie van toen. Een van de boodschappen van die christelijke visie was (is?): met het leven op aarde dien je geduld te hebben, de beloning ervan komt in het hiernamaals. Thuis, op school en in de kerk was dit de boodschap. Nu – zoveel jaar later en zoveel verder afgedwaald van het geloof verbonden met mijn opvoeding – heb ik me min of meer ontworsteld aan deze opvatting van geduld.

 

Het leven heeft me geoefend in het kunnen opbrengen van geduld. Dit lukt me de ene keer wel, de andere keer niet. Het hangt van heel veel verschillende factoren af: geduld tegenover anderen, geduld tegenover mezelf, geduld voor het aanleren van handelingen, geduld voor het omgaan met emoties. Zoveel soorten van geduld en de ene vorm gaat me beter af dan de andere.

 

Geduld tegenover anderen kan ik tamelijk gemakkelijk opbrengen. Het is een ingrediënt van mijn temperament dat ik nodig heb in mijn werken met mensen. In de opleiding psychotherapie leer je allerlei methoden en inzichten. Sommige dingen kun je echter niet door een opleiding aangeleerd krijgen. Daarvan is geduld er één van. Geduld gedijt in een klimaat van authenticiteit, mildheid, respect en acceptatie. De ander de ander laten zijn.

 

Geduld ‘gebeurt’. Van zodra ik tijdens een gesprek denk: ‘nu zal ik eens extra geduldig zijn’, word ik gewaar dat mensen dit aan mij merken. Dit heeft een tegengesteld effect: mensen voelen zich niet meer op hun gemak, ik doe te veel mijn best. Gevolg: onrust. Een manier om die onrust te laten verdwijnen is ze te uiten. Gewoon simpel zeggen: ik merk dat ik nogal onrustig ben. Authenticiteit dus. Zijn zoals ik me voel. Niet worden zoals ik zou moeten zijn.

 

Geduld tegenover familie, vrienden en kennissen is al wat moeilijker. Wanneer ik me ongeduldig voel tegenover hen heeft dit zelden echt iets te maken met hen. Ik kan tureluurs worden wanneer een (bejaard) familielid voor de vijfde keer hetzelfde verhaal vertelt. Niet omdat ik dan vijf keer luister naar hetzelfde en mijn tijd ‘beperkt’ is, want hoe dan ook blijf ik een namiddag op bezoek. Mijn ongeduld wordt geprikkeld doordat ik geconfronteerd word met de aftakeling van de geest van die persoon. Ik word door hem/haar met mijn neus op het feit gedrukt: dit bestaan is eindig en onze vermogens verminderen met de leeftijd, dus ook die van mij.

 

Geduld in de opvoeding is nog van een andere aard. Daar heeft het veelal te maken met het vermogen om los te laten. Als ouder wil ik verhinderen dat mijn kind dezelfde fouten maakt als ik. Nu mijn zonen opgevoed zijn, weet ik dat dit verhinderen onmogelijk is. En hoe raar ook maar dit besef geeft me rust. Want wat een luxe is het te kunnen achterover leunen, los te laten, vertrouwen geven dat het wel goed komt. Mijn taak beperkt zich tot de zijlijn. Aanwezig zijn en opvangen (niet oplossen!). Je kunt een kind niet leren fietsen door zelf op de fiets te springen. Loslaten en weten dat uit fouten stappen vooruit kunnen gezet worden. Ik weet nu dat ik niemand kan leren om over een hindernis te springen wanneer ik de hindernis op voorhand al uit de weg ruim. Want met opruimen geef ik geen cadeau: ik ontneem de ander de mogelijkheid tot het ontwikkelen van omgaan met frustraties. En op een dag ben ik er niet meer en dan moet er wel geleerd worden maar zonder aanwezigheid, opvang en vertrouwen.
Ik schrijf dit hier ogenschijnlijk gemakkelijk op. Geloof me, het is een opdracht waar ik me dagelijks in oefen: luisteren, vragen stellen, loslaten en vertrouwen geven. Ik blijf moeder.

 

De persoon tegenover wie ik het moeilijkst geduld kan opbrengen is mezelf. Nochtans zijn het dezelfde handvaten: authenticiteit, acceptatie, respect en vertrouwen die het mogelijk maken om met mildheid met mezelf te leven. Het ongeduldigst ben ik in het aanleren van handelingen. Als ik iets wil kunnen dan wil ik het al kunnen vooraleer ik het leerproces doorlopen heb. Zoiets als een nieuw toestel kopen en het gebruiken zonder eerst de gebruiksaanwijzing te lezen. Zeer ongeduldig ben ik hierin. Wat me hierbij helpt is ruimte en tijd maken, misschien wel driedubbel zolang als ik denk nodig te hebben.

 

Wanneer dingen stuk gaan, niet meer werken dan ben ik ongenietbaar. Mijn TV die stuk is, mijn computer die niet meer werkt. Ik kan er niet tegen wanneer de vanzelfsprekendheden niet meer vanzelfsprekend zijn. Het is een zeer grote oefening om de avond verplicht door te brengen met een boek (hoewel ik heel graag lees) omdat de TV niet meer werkt. Ik wil kunnen kiezen. En ik heb grote moeite wanneer die keuze door slijtage beperkt is. Ik doe mijn best maar ik vrees dat dit toch een klein kantje van mij zal blijven.

 

Soms word ik overvallen door een emotie die naar ik dacht al lang verwerkt was. Ook dan heb ik moeite met het opbrengen van het geduld om door die emotie te gaan. Ik weet met mijn verstand dat vaak de langste weg de kortste is. Dat het geen zin heeft die emotie te ontkennen en ze te verdringen. Dat met geduld omgaan met mezelf hier het vlugste soelaas biedt. Maar ik loop toch nog zo vaak in de valkuil van ongeduld.

 

Waarom niet schrijven over ‘engelengeduld’? Omdat ik geloof dat ook aan geduld een einde komt. Soms word ik met mensen of dingen geconfronteerd waar ik aanvankelijk met veel geduld mee omga. Wanneer ik – na lang proberen en geven en weet ik wat al niet meer – ervaar dat het niet aanslaat, dan heb ik geleerd (pas de laatste jaren) om ermee op te houden. Om nederig het hoofd te buigen en te besluiten: hier houdt het op. Een stuk uit zelfbescherming om niet opgegeten te worden door de ander of het andere en om mezelf te leren omgaan met het einde van mijn grenzen. Dit vind ik echt wel heel moeilijk, het is het besef een mens te zijn van vlees en bloed en dus geen engel. Een einde stellen aan mijn geduld is soms meer nodig/noodzakelijk dan het blijven opbrengen van geduld.

 

Om met een positieve noot te eindigen. Ik stel soms mijn geduld heel bewust op de proef. Zo kan ik een boek van een geliefd auteur in huis halen en een datum prikken in mijn agenda (bijvoorbeeld twee maand later) waarop ik het boek pas mag beginnen lezen. Uitgesteld verlangen noem ik dat. Zalig!

Chantal

COMMENTS

  • Monique Van den Bogaert 26-10-2016

    Beste Chantal,
    Proficiat met jullie waardevolle website/blog! Ik maak er voor het eerst kennis mee. Ik herken in dit artikel vooral dat deel van geduld in de opvoeding. Alhoewel mijn kinderen reeds lang uit het huis zijn betrap ik me erop dat ik hun nog altijd wil behoeden voor fouten die ik heb gemaakt. Ik oefen nog dagelijks in het loslaten en vertrouwen hebben dat het goed komt of dat het loopt zoals zij verkiezen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Ik moet ook leren mijn eigen angsten los te laten. In geduld heb ik nochtans veel bijgeleerd door steeds afstand te nemen van een situatie en/of probleem, het neutraal te onderzoeken en dan pas tot actie over te gaan. Dat vraagt evenwel tijd … en die hebben jonge tweeverdieners niet altijd. Met het ouder worden komt er meer tijd vrij voor zelfreflectie, ook al omdat we er na de vele botsingen in ons leven bewust voor kiezen om het anders aan te pakken. We leven in een tijd die er rijp voor is geworden. Ik merk dat ook aan mijn volwassen kinderen dat ze bewust open staan voor verandering en dat geeft me hoop.
    hartelijke groeten,
    Monique

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>