Saamhorigheid

Saamhorigheid

Het heet een natuurlijk verlangen te zijn bij iemand te willen horen. Nochtans is het evengoed een feit dat we dat verlangen nooit volledig vervuld kunnen zien. We zijn als mens fundamenteel alleen. Dit is de basis. Dit geloof ik. Ik ben alleen op de wereld gekomen, ik zal alleen sterven. Nooit kan ik weten of iemand ook echt honderd procent begrijpt wat ik bedoel, voelt wat ik voel. Ik kan het benaderen, ik kan mijn best doen om de ander zo goed mogelijk te begrijpen, om mezelf zo goed mogelijk uit te leggen.

 

In het woord saamhorigheid zitten twee woorden: samen en horen. Je kunt het uitleggen als samen bij mekaar horen, je kunt het uitleggen als het horen van mekaar, luisteren naar mekaar. Er zit ook iets paradoxaals in voor mij. Want eenmaal woorden overbodig worden, groeit voor mij de saamhorigheid. Dan betekent saamhorigheid het kennen en het accepteren van de binnenkant van de ander. Hoe dicht ik me ook bij iemand kan voelen, zeker dat de ander hetzelfde voelt, ben ik nooit. Gevoelens, begrip, empathie zijn niet meetbaar. Er is de fysische en psychische scheiding tussen twee mensen. Juist die scheiding is bron van vrijheid (ik besta los van de ander), maar ook van angst (ben ik dan echt alleen?).

 

Saamhorigheid weeft draadjes van verbinding, stelt mij in staat om met deze fundamentele eenzaamheid te leren leven, verzacht de pijn van het onbereikbaar zijn. Vooraleer ik de draadjes van verbinding kan maken, heb ik een ‘zelf’ nodig die ik heel goed ken. Er is nood om te weten wie ik ben, wat ik wil, met welke verwachtingen ik in het leven sta, wat ik leuk vind en wat niet, waar mijn interesses liggen. Kortom: de eerste persoon met wie ik saamhorigheid beleef is… mezelf. Eerst is het nodig om goeie maatjes te worden met mezelf vooraleer ik draadjes kan weven naar buiten toe.

 

Omgaan met mezelf als met een levenslange partner. Afspraken maken met mezelf, weten wanneer ik op mezelf kan terugvallen (en wanneer niet), leuke dingen ondernemen met mezelf. Allemaal manieren om saamhorigheid met mezelf te beleven. Ik ben in de eerste plaats mijn eigen partner. Om iets te kunnen betekenen naar anderen – wat ik wil – moet ik eerst iets betekenen voor mezelf. Om te kunnen weten wat ik anderen te bieden heb, moet ik weten wat mijn sterke kanten zijn en waar ik het moeilijk mee heb. Om troost te kunnen bieden aan anderen moet ik mezelf eerst kunnen troosten. Om soepel met andere te kunnen omgaan is er een soepelheid nodig tegenover mezelf, een kunnen meegroeien met mezelf in veranderende omstandigheden.
Dit heeft niets met egoïsme te maken. Integendeel: het is een cliché – maar daarom niet minder waar – dat wanneer ik aan zelfzorg doe ik beter in staat ben iets voor anderen te doen. Pas als ik een stevige saamhorigheid voel met mezelf heb ik een stabiele basis om aan mijn natuurlijke drang te voldoen: saamhorigheid bereiken met anderen.

 

Dit heb ik moeten leren en leer ik nog dagelijks. Want lange tijd heb ik ‘om erbij te horen’ compleet mezelf genegeerd. Lange tijd – en soms nog – voldeed ik aan verwachtingen juist om dat gevoel van saamhorigheid te creëren. Ik had een vals gevoel van saamhorigheid maar zelf wist ik niet meer wie ik was. Ik weet dat dit een blijvende valkuil is waar ik af en toe nog in trap.

 

Saamhorigheid kan ik voelen met iemand die dezelfde dingen graag doet maar ook met iemand die compleet verschillend is van mezelf. Ik beleef saamhorigheid vanuit meer van hetzelfde zowel als vanuit verschillen. Want ook als ik met iemand sterk verschil, kan ik draadjes weven. Een concreet voorbeeld. Het is leuk om met iemand van gedachten te wisselen die hetzelfde boek mooi vindt. Maar het is ook leuk om in discussie te gaan met iemand die het niet mooi vindt. Dan bestaat de saamhorigheid uit de gemeenschappelijke passie voor boeken, niet voor dezelfde smaak van boeken.
Ik kan met plezier luisteren naar iemand die enthousiast vertelt over zijn of haar verzameling zonder dat ik dezelfde dingen verzamel. Herkenning voedt saamhorigheid. Iets van de binnenkant van de ander raakt mij in mijn binnenkant, gevolg: draadje met passie als basis.
Saamhorigheid overstijgt alle verschillen.

 

Ik kan het ook hebben met de natuur, met mijn poes, met zinnen uit boeken, met poëzie. Ik herinner me een uitstap naar de Ardennen en een wandeling die ik daar maakte. Op een gegeven moment was het besef van schoonheid zo groot dat ik er compleet in opging. Ik kan het hebben tijdens een diepgaand gesprek, maar evengoed wanneer ik een knipoog vang of een glimlach geef, een hand op mijn schouder voel, een blik van verstandhouding krijg. Honderden, duizenden draadjes van saamhorigheid vormen op deze manier een vangnet tegen al te grote eenzaamheid, een verzachting van de pijn die soms bij het leven hoort, ze wikkelen zich mild omheen de scherpte die het leven met zich meebrengt.

 

Het is inderdaad een natuurlijk verlangen. Ik ben een mens en een mens is op andere mensen, op een omgeving, op de natuur, op dieren betrokken. Ik leef en alles wat leeft, leeft vanuit een intentie. Het ultieme verlangen compleet begrepen en één te worden door en met een ander. Het is ook mijn verlangen. Het blijft een illusie maar toch, neem die illusie weg en er verdwijnt heel veel. De draadjes van verbondenheid, van saamhorigheid stellen mij in staat dit leven te leven. Ze zijn me heel erg dierbaar en ik blijf weven…

Chantal Wtterwulghe

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>