Hechten

Hechten

‘Alleman klampt zich vast aan iets, altijd’, hoorde ik in de laatste uitzending van ‘Een kwestie van geluk’. Die zin bleef hangen omdat ze me deed denken aan ‘hechten’, een thema waar ik al een tijd mee bezig ben. Ze bleef ook hangen omdat ze zo krachtig verwoordt wat we allemaal zelf ervaren en rond ons zien: alle mensen hechten zich, is het niet aan andere mensen, dan toch aan een dier of aan een voorwerp, aan herinneringen, aan idealen, gewoontes, ideeën, enzovoort.

 

Er wordt gezegd dat hechten een proces is dat begint te werken vanaf de geboorte. Maar ik denk dat dit al vroeger start, dat het al werkt vanaf het moment dat een vrouw haar baby voelt bewegen, en van het moment dat de baby de hartslag van zijn moeder waarneemt.

 

Als we kijken naar menselijke relaties, dan speelt hechting daarin een belangrijke rol: het is een onmisbaar element in de complexe emotie die wij ‘liefde’ noemen.

Maar wat is hechten nu juist? Wat maakt dat mensen zich hechten? En waaróm doen we het?

 

John Bowlby (1907-1990), een Britse psychiater, maakte van deze vragen zijn levenswerk. Hij observeerde en onderzocht kinderen in verschillende situaties en met een verschillende achtergrond: kinderen met emotioneel onaangepast gedrag, weeskinderen en kinderen die tijdens de oorlog van hun ouders gescheiden waren. Zelf was hij door kindermeisjes opgevoed en toen hij zeven was op kostschool geplaatst. Daarover schreef hij later dat hij ‘niet eens een hond naar een kostschool zou sturen aan die leeftijd’. Het is dus vanuit zijn persoonlijke ervaring en vanuit zijn werkveld dat hij zijn hechtingstheorie ontwikkelde.

 

Bowlby stelde dat we allemaal worden geboren met een ‘overlevingsprogramma’ dat maakt dat we ons hechten aan onze moeder, vader, of andere eerste verzorgers. We verbinden ons, we hechten ons om te voorzien in onze veiligheid. Toen hij nog in opleiding was hoorde hij van een mentor dat sommige kinderen probleemgedrag vertoonden omdat ze in de steek waren gelaten door hun ouders. Voor hem stond het dan ook vast: kinderen hebben absoluut behoefte aan veilige, langdurige, fysieke en emotionele intimiteit om uit te groeien tot evenwichtige volwassenen.

 

Hechten kun je voor een deel dus zien als een manier van overleven, als een fysiek overlevings-mechanisme, dat gericht is op het krijgen van voeding en bescherming. Maar het is ook – en vooral – een emotioneel overlevingsmechanisme, een aangeboren neiging om nabijheid en geborgenheid te zoeken en zo veilig te zijn en te kunnen omgaan met pijn, angst en bedreiging. Een baby is ‘geprogrammeerd’ om bij de ouders zorg op te wekken en ouders zijn ‘geprogrammeerd’ om zorg te geven en het kindje te koesteren. Van daaruit groeien de verbinding, de loyaliteit en de liefde.

 

Als de ouders ‘veilige ouders’ zijn, als ze reageren op de noden van hun kind, dan kan zo’n kind zich ook veilig hechten. Het krijgt het gevoel dat het oké is, het kan vertrouwen opbouwen en dat vertrouwen breidt zich uit van de ouders naar anderen. Een onveilig gehecht kind daarentegen heeft geleerd met ouders om te gaan, die niet goed verdragen dat het beroep op hen doet en zijn nood aan liefde uit. Dat kind is soms zo onafhankelijk en assertief dat het moeilijk steun en liefde kan aanvaarden. Of het ontwikkelt te weinig zelfvertrouwen en krijgt de neiging om zich vast te klampen.

 

Hechten is iets dat je onbewust ontwikkelt en meekrijgt en de hechtingsstijl die op jonge leeftijd wordt aangenomen is belangrijk voor het latere leven en de relaties die dan worden aangegaan. Maar niets ligt definitief vast, mensen blijven groeien en zich ontwikkelen en ook latere relaties en ervaringen beïnvloeden de manier waarop we ons hechten.

 

Want hechten beperkt zich natuurlijk niet tot onze ouders in onze babytijd. Voor kinderen zijn de

ouders of andere verzorgers de belangrijkste hechtingsfiguren, maar op volwassen leeftijd wordt dat meestal de partner. Een zieke kan zich hechten aan de verpleegkundige die hem met veel medeleven verzorgt en een bejaarde is soms sterk gehecht aan de verzorger of de poetsdame die elke dag een praatje komt maken. Hechting speelt in alle ontwikkelingsfases van een mens, er staat geen leeftijd op.

 

En ook in de latere levensfases – als we al lang voor onszelf kunnen zorgen en niet meer van onze ouders afhankelijk zijn voor het krijgen van voedsel en fysieke bescherming – blijft het onderliggende verlangen: nabijheid, geborgenheid, (emotionele) veiligheid. Onze neiging om te hechten is heel sterk, die zit in ons gebakken. Niet voor niets wordt hechten omschreven als een ‘overlevingsmechanisme’, en niet voor niets zegt de volkswijsheid dat ‘een mens niet gemaakt is om alleen te leven’.

 

Maar we weten ook allemaal dat mensen zich niet enkel maar aan mensen hechten. Hechten beperkt zich niet tot de ouders of partners of kinderen, maar breidt zich uit naar een ontelbaar aantal mogelijkheden, al dan niet passend of ondersteunend, al dan niet gezond of evenwichtig. In onze zoektocht naar veiligheid en innerlijke rust hechten we ons even goed aan materiële zaken, aan bezit, aan dieren, aan situaties, aan denkbeelden, aan land of volk of taal, aan concepten, aan kleuren, aan emoties, aan genotsmiddelen, aan pijn, … aan alles wat je maar kunt bedenken en we doen dat niet alleen in onze baby- of kindertijd, maar gans ons leven lang.

 

Dat we ons kunnen hechten en verbinden zorgt er voor dat we met anderen intense en intieme relaties kunnen uitbouwen. En bij verschillende onderzoeken komen steevast deze relaties als nummer één op het lijstje van wat mensen gelukkig maakt. De schaduwkant hiervan is dat het verdriet heel groot kan zijn wanneer we iemand verliezen waaraan we met hart en ziel zijn gehecht.

Het voelt als een amputatie, als het verlies van een deel van jezelf. En het vraagt veel tijd en veel werk vooraleer je daarvan bent hersteld.

 

Hechten is één van de eerste dingen die we in ons leven (leren) doen, het ligt aan de basis van onze band met elkaar, van onze zorg voor mekaar, onze empathie, solidariteit, mededogen en liefde.

Maar gehechtheid maakt ons ook erg kwetsbaar: verlies brengt bijna altijd verdriet mee.

Dat onder ogen kunnen zien en aanvaarden is echt een uitdaging, en in het reine komen met deze moeilijke aspecten van onze menselijke conditie draagt zeker bij aan ons evenwicht en welzijn.

 

Lut Van Schoors

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>