Rouwen doe ik in vlagen.

Rouwen doe ik in vlagen.

Afgelopen week had ik het lastig. Dat heb ik zo nu en dan. ‘k Denk dat dit inherent is aan het leven. Ondertussen weet ik al dat zo’n periode ook voorbij gaat, dat ik me hierin geen zorgen hoeft te maken. Je zult het wel herkennen vermoed ik: woorden komen te diep binnen, een handeling wordt door mezelf of door de ander verkeerd geïnterpreteerd, wakker worden en geen zin hebben om de dag te beginnen, een gevoel van zinloosheid waar je even niet onderuit geraakt, …
Verdriet dat altijd aanwezig is, krijgt in zo’n periode ook de bovenhand. Daar waar ik doorgaans de veerkracht heb mezelf op te peppen en het mooie van de dag te zien, is er een onzichtbare hand die me naar beneden trekt. Voor eventjes wint die hand het op mijn veerkracht. 


Rouwen doe ik in vlagen.
Dit heeft het leven mij ondertussen wel geleerd. Ik ben iemand die heel vlug een situatie accepteert, ik verwonder me soms in mezelf hoe vlug het mij lukt. Veranderende leefsituaties, opgeven van bepaalde dromen (maar wel ontwikkelen van andere), accepteren van lichamelijke beperkingen… .
Zo ook met het sterven van dierbaren. Waarmee ik niet bedoel dat ik hen niet mis. Er zijn al heel wat voor mij belangrijke mensen gestorven. Ook mijn man is gestorven. Heel vlug na zijn overlijden kon ik aanvaarden dat ik nu in een nieuwe situatie zat, dat ik me aan die nieuwe situatie niet kon onttrekken dus dat ik ze moest aanvaarden. Mensen in mijn omgeving vonden het toen ‘raar’ dat ik zo goed functioneerde.
‘Je zult je klap nog krijgen’ is een uitspraak die ik vaak hoorde. Dit is ook de uitspraak die me erg van hen vervreemdde en mij in een heel eenzame positie duwde. Want mensen zagen enkel wat ik deed en niet wat ik voelde. Terwijl ik wachtte op de ‘klap’ was ik volop bezig met verwerken. De klap was er echt wel, onzichtbaar maar niet minder heftig.


Rouwen doe ik in vlagen.
Wat mensen zagen en zien is iemand die de dingen aanpakt, die allerlei nieuwe uitdagingen aangaat, die zelfstandig functioneert en die liefst zonder al te veel hulp van anderen haar leven leidt. Ik word beschreven als ‘een harde tante’ omdat ik doe wat ik doe en leef zoals ik leef. Mensen die de moeite doen iets van mijn binnenkant te leren kennen, weten dat in die harde tante een hele gevoelswereld schuilt. Het is niet zichtbaar hoeveel energie het me soms kost om verder te leven. Welk een innerlijk gevecht ik doorworstel vooraleer bepaalde stappen te zetten. Hoe ik soms sukkel om beslissingen in mijn eentje te nemen. Hoeveel moeite ik heb met het aangeven van wat ik kan en vooral van wat ik niet kan. Hoe moeilijk het is om mezelf trouw te blijven en niet in te gaan op uitnodigingen omdat ik weet dat het een brug te ver is. Ik wil niet bestempeld worden als ‘trunte’, dus vraag ik soms nog te veel aan mezelf. Ik ga af en toe over mijn eigen grenzen. En dat bekoop ik dan. Maar ik leer wel bij.


Misschien is het raar zo’n ontboezemingen te lezen van iemand die mensen begeleidt op zoek naar zichzelf. Maar het is juist door zelf bij te leren dat ik ook een stuk kan voorleven. Het is door zelf te strijden dat ik de strijd van anderen herken. Herken en ook onderscheid. Want pas als ik mezelf op bepaalde vlakken goed genoeg ken, kan ik dat zelf aan de kant zetten en ruimte maken voor het zelf van een ander. Het is doordat ik steeds beter leer wat mijn zwakheden zijn, dat ik mijn sterkte ken en die ook kan doorgeven.


Rouwen brengt me in mijn kracht.
Het gemis en het verdriet draag ik met me mee. Dit klinkt misschien nogal zwaar, het is het niet. Het is de realiteit. Mensen zijn me ontvallen en het gevolg daarvan is dat ik hen mis en dat dit pijn doet. Dat gemis en het verdriet, dat zou ik niet willen missen. Dit draag ik in mij mee. Natuurlijk zou ik het liefst niemand moeten missen, maar dat is een utopie. Wie leeft, krijgt te maken met dood. Dus ja, ik wil het gemis en het verdriet de plaats geven die ze verdienen. En af en toe krijgen ze de bovenhand. Ook daarmee wil ik leren leven. Maar door het te accepteren – wat de ene dag beter lukt dan de andere – door het verdriet recht in de ogen te kijken en het een plaats te geven, kan ik vermijden dat het me overwoekert. Af en toe slaat het toe en dan probeer ik het te verwelkomen. Omdat dit de kortste weg is naar mijn veerkracht.


Mijn veerkracht vind ik altijd terug. Ik vind het in vriendschap, ik vind het in schoonheid, ik vind het in boeken, in teksten, in creativiteit. Ik vind het in heerlijk zot doen, in plagen, in lachen en gieberen. Soms is het nodig om mij tussen de mensen te begeven en me zo opnieuw op te laden. Soms is het nodig om me in te kapselen, weg van mensen en in stilte. In mijn veilig nest, samen met de poes en mijn vele boeken die altijd wel woorden vinden om me te troosten. Maar altijd, altijd kom ik opnieuw bij mijn kracht. Dit is de basis van waaruit ik leef. Rouwen, dat doe ik in vlagen. De basis is veerkracht.

Chantal
februari

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>